Het Antafluspoor

Dat klinkt als de titel van een stripalbum: Kuifje en het Antafluspoor, of als de nieuwe indianajonesfilm. Indiana Jones and the quest for the Antaflu trail.

Het is echter allemaal niet zo spannend of glamourous. Het Antafluspoor is namelijk wat er zich in mijn bos bevindt. Het bos is natuurlijk niet écht van mij, maar aangezien ik er samen met de honden de nodige tijd in doorbreng en me er nuttig in maak voelt het een beetje vanmijerig. Ruimhartig als ik ben mag iedereen delen in mijn bos, maar dan wil ik wel dat iedereen zich gedraagt zoals het gasten betaamt. En tevens zoals dat op de groene bordjes bij de ingangen wordt gevraagd. Dat betekent onder andere dat mensen niks (en vooral míj niet) mogen verstoren of verontrusten, dat loslopende honden welkom zijn, maar dat men ze wel onder appel dient te houden en dat mensen geen rotzooi in het bos achter mogen laten. Allemaal heel duidelijk toch? Oh.

Hoewel de theorie zegt dat het aan alle kanten duidelijk is, wijst de praktijk anders uit en dat is best heel opmerkelijk. Blijkbaar gedragen veel mensen zich dus niet als nette gasten. Of misschien ook wel, maar dan hebben zij een ander idee van goed gastheerschap. Misschien vinden mensen het wel doodnormaal dat hun gasten in hun huis onderdelen van hun meubelen afbreken of verslepen, sigarettenpeukjes op de vloer uittrappen en laten slingeren en na een etentje alle lege chipszakjes en bierblikjes op een grote hoop bij elkaar vegen en in de fik steken dan wel tussen de kussens op de bank begraven.

Zelf zou ik het heel erg mal vinden als mijn gasten dat in mijn huis zouden doen, maar wie ben ik hè?

Zo vind ik het ook heel normaal dat als ik mensen met honden op bezoek krijg, dat die honden niet mijn cavia’s de schrik van hun leven bezorgen, geen loopgraven in mijn vloer creëren en ik ga er vanuit dat als bezoekhonden midden in de gang poepen, het even netjes opgeruimd wordt.

Blijkbaar denkt niet iedereen daar hetzelfde over. Dat kan, mensen hebben het recht om er het hunne van te denken. Het blijkt dat mensen verschillende opvattingen hebben over hoe je je als een gast moet gedragen, met als gevolg dat er in mijn bos dus een Antafluspoor is ontstaan.

Er is een anonieme regelmatige bezoeker van mijn bos die erg van Antaflu houdt. Je weet wel, van die keelsnoepjes in groene wikkeltjes die meteen al je bijholtes openblazen als je er eentje in je mond steekt. Van die snoepjes die eigenlijk niemand die ik ken lekker vindt omdat ze te scherp zijn en waar je dus zelden tot nooit een zak van leegmaakt. Behalve deze anonieme liefhebber dus.

Ik heb de persoon bij mijn beste weten nog nooit ontmoet en heb dus geen idee wie het is. Ik weet niet eens of het een man of een vrouw is, of en wat voor hond(en) hij of zij heeft. Het enige dat ik weet is dat deze persoon ontzettend van mentholsnoepjes moet houden en er dus op jaarbasis nogal wat van wegkauwt. Dat weet ik omdat er al jarenlang een spoor van groene Antafluwikkeltjes door het bos loopt. Ik vermoed dat de Anonieme AntafluLiefhebber (AAL) soms misgrijpt en noodgedwongen de oranje variant moet kopen, want zo heel af en toe vinden we andersgekleurde wikkeltjes. Of misschien is het onschuldiger, en alleen ter afwisseling. De voorkeur blijft toch liggen bij de donkergroene variant, want die vinden we het meest.  Dat is menthol-eucalyptus: de scherpste variant, we hebben het dus wel echt met een diehard hoestbonbonseter. Of -ster.

Antafluspoor

Het spoor is slecht te volgen omdat ik en vriendin P (en wellicht nog een aantal andere personen) ze allemaal oprapen, maar het is net als met die aangroeiende chocoladeblokjes in Candy Crush: het blíjft maar aanjongen. Zou deze AAL dat nou thuis ook doen? Al die wikkeltjes achter zich aan laten slingeren? Want het lijkt me stug dat die voorliefde zich beperkt tot in het bos. Of zou er misschien sprake zijn van een verslaving waar de partner niet van af mag weten? Dat om die reden alleen in het geniep Antaflu gesnoept kan worden in het bos? Als dat zo is, dan lijkt me dat wel lastig, want ik zou denken dat je dat als partner toch merkt? Dat ruik je toch? Of zou de AAL in de auto op weg naar huis nog even een paar sigaretten roken om de scherpe eucalyptusadem te camoufleren?

Je weet het niet. Het zou maar zo kunnen, en dat zou ook verklaren waarom de wikkeltjes ter plekke worden achtergelaten. Dat de partner niet per ongeluk die wikkeltjes vindt en ’s avonds met de bewijslast in de hand verwijtend vraagt hoe lang dit nu alweer aan de gang is? Hoe lang de AAL alweer aan de antaflu zit.

Misschien weet de AAL wel dat zijn of haar troep wel door anderen wordt opgeruimd. Opgelucht dat daarmee de sporen gewist zijn. Niemand kan de Antafluwikkeltjes nog met de AAL in verband brengen en zo de bewijsvoering tonen die de eenzame verslaving aan het licht kan brengen.

De AAL is misschien wel heel eenzaam, vindt enkel afleiding in het eten van keelsnoepjes. Dat is toch altijd met verslavingen? Die maken toch heel eenzaam? Misschien zijn al die rondslingerende wikkeltjes wel een schreeuw om aandacht.

Naar het schijnt zijn ook heel veel tieners eenzaam. Als ik zie hoeveel zwerfafval er langs het fietspad ligt, dan zou dat best wel eens kunnen kloppen. Ik weet dat het van tieners is, want de bewoners van het nabijgelegen bejaardentehuis zijn doorgaans niet degenen die zich te buiten gaan aan roze koeken, chips, flesjes sportdrank en blikjes energy drink. Dit moet wel van de leerlingen van de nabijgelegen middelbare school zijn, die op weg naar huis groepsgewijs hun eenzaamheid verdringen met verpakte e-nummers en ingeblikte suiker-caffeïnebommen. Er liggen vaak allemaal noodkreten tussen het mos, allemaal schreeuwen om aandacht in de vorm van lege chipszakken, lege frisdrankblikjes en restanten roze koeken onder de bomen. The Obesitas trail. Een leuke naam voor het volgende level in de Candy Crush saga.

Aan al die vanzichafwerpers zou ik willen zeggen: kom, schaam je niet langer voor je verslaving, voor je eenzaamheid. Ik kan je helpen! Laat me je helpen de heilzame werking van opruimen te ervaren!